De Nederlandse Everest expeditie 1982 vanuit Tibet – de voorbereiding.

NRC Handelsblad 21-6-1980 – Tibet is nooit een druk bezocht land geweest, en dat is er – sinds de Chinezen in 1959 binnenvielen – niet beter op geworden: op een enkele Mao-adept na, werden buitenlanders volstrekt geweerd. Daarin lijkt nu verandering te komen. Zo konden onlangs, voor het eerst sinds ruim twee eeuwen, enkele Nederlanders het land bezoeken, teneinde voorbereidingen te treffen voor een Mount-Everestexpeditie. Een bericht van het dak van de wereld.

***

Samuel van de Putte, Nederlands arts en rechtsgeleerde, reisde van 1718 tot 1745 door Azië en bezocht gebieden waar nog nooit een westerling zijn witte gezicht had laten zien. Zo woonde hij jaren in Lhasa, de hoofdstad van Tibet Hij trok door het land, bestudeerde de taal en de geografie en uiteindelijk vertrok hij via de hoge bergen van de Himalaya in de richting van Nepal.

In het boek ‘Tibet the mysterious’ weet Sir Thomas Haldick boeiend over deze – ten onrechte nauwelijks bekende – vaderlander te schrijven. Voornaamste reden voor zijn vergetelheid is dat bij de verwoesting van de abdij van Middelburg in 1940 al zijn reisdocumenten en kaarten door brand zijn verwoest.

Eelco Dijk en Matthieu van Rijswick, jurist en chemicus, reisden zojuist ook door Tibet, als eerste Nederlanders sedert Samuel van de Putte. Hun documentatie is aanzienlijk beter intact gebleven: vele foto’s verluchten hun fascinerend betoog.

Chinezen

Reden voor het bezoek aan ‘verboden Tibet’, dat sinds de inval van de Chinezen in 1959 voor buitenlanders nog moeilijker toegankelijk was dan onder het bewind van de Dalai Lama, is dat de Chinese regering aan de Koninklijke Nederlandse Alpen Vereniging (KNAV) een vergunning heeft verleend om in 1982 de Mount Everest te gaan beklimmen ‘van de verkeerde kant”. In vakjargon betekent dat van de Tibetaanse zijde, en niet vanuit Nepal dat momenteel als ‘normaal’ wordt ervaren – de berg ligt precies op de grens van beide landen.

Hun reis was een verkenningsexpeditie, die hen via Peking, Lhasa en verder per jeep over de eindeloze, schrale hoogvlakte van Tibet naar het basiskamp van de Everest voerde. “Je neemt gewoon de weg van Lhasa naar Kathmandu en even voorbij Xigar sla je linksaf”, zeggen de beide bergklimmers eenvoudig.

Chomolungma

Op één van hun foto’s zien we de Mount Everest, Chomolungma in het Tibetaans dat volgens sommigen betekent ‘de derde gratie’, volgens anderen ‘moeder godin van de aarde’. Hoog en weerbarstig ziet hij eruit. Temidden van een sterk gebit van witte bergen prikt hij als een hoektand de hemel in.

Op de voorgrond staan de restanten van het Rongbuk-klooster. Ooit in de jaren twintig kwamen Britse ijzervreters als Colonel Bruce en Mallory hier om de lama’s eer te bewijzen en hun zegen af te smeken voor hun telkens weer tot mislukking gedoemde expedities. Het klooster was toen in volle glorie.

Nu, ruim vijftig jaar later, ziet het eruit alsof de culturele revolutie er met de kracht van een tornado overheen is gegaan. Geen steen staat meer op de andere, de religieuze Mani-muren liggen aan stukken gesmeten op de grond, de lama’s zijn verdwenen.

Lhasa

Hoe ziet Tibet eruit, na zoveel jaren Chinese invloed?

Eelco Dijk en Matthieu van Rijswick: “We hebben het vroeger niet gezien, natuurlijk, maar het is duidelijk dat er erg veel veranderd is. Je ziet om te beginnen in Lhasa twee Chinezen op één Tibetaan. De oude stad is maar héél klein, veel kleiner dan je uit verhalen zou verwachten. Er is veel Chinese nieuwbouw omheen.

“We hebben in Lhasa niet veel kunnen zien van het Tibetaanse leven, want we hadden voortdurend een liaison-officer en een tolk achter ons aan, die geen woord Tibetaans spraken, Daarom was het contact met de autochtonen tot het uiterste beperkt. We hoorden dus alleen de Chinese versie van veel dingen.

“We praatten bijvoorbeeld met een lama, via een tweede tolk die van Tibetaans in Chinees vertaalde. De man hield een heel betoog over zijn klooster. Toen wij uiteindelijk de Engelse versie te horen kregen was die geslonken tot: ‘De monnik zegt dat dit beeld de Boeddha voorstelt’. Die hadden we zelf ook al herkend.”

Potala

Enig spoor van de culturele revolutie?

“We hebben de Potala gezien, het voormalige paleis van de Dalai Lama. Dat zag er prima uit. Alle kloosters die we bezocht hebben hingen trouwens nog vol met dikke rijen Thanka’s (Tibetaanse religieuze schilderijen op katoen, CdS). Er is nog zoveel over. Maar wél is het zo dat er in Lhasa een groot klooster met de grond gelijk is gemaakt tijdens de culturele revolutie: je ziet niet eens meer waar het gestaan moet hebben.

“Er zijn in Lhasa nu nog twee belangrijke kloosters over, waar vroeger iets van vijfduizend monniken zaten, wonen er nu nog vijfhonderd, waarvan de jongste tenminste dertig jaar oud is. Je ziet helemaal geen novieten meer. Die twee overgebleven kloosters liggen dicht tegen de oude stad, dus die zijn indertijd door de Tibetanen beter in de gaten gehouden, waarschijnlijk.

“Overigens vinden de Chinezen wat ze gedaan hebben ook niet zo geweldig. Als we er naar vroegen waren ze daar erg open over.”

Hilton

Tibet gaat binnenkort waarschijnlijk open voor toerisme. Op de weg van Kathmandu naar Lhasa wordt net over de grens een hotel gebouwd. Zie je al een Hilton in Lhasa verrijzen?

“Nee geen spoor, we zouden niet weten waar je de mensen nu zou moeten laten. Wijzelf sliepen in een soort kamp, drie kwartier lopen van de stad. Het was bovendien allemaal peperduur. Wij moesten aan de Chinezen driehonderd gulden per dag betalen per persoon, en dat ook nog eens voor onze gidsen. Toen we zeiden dat we dan wel in een tentje langs de weg zouden gaan staan begonnen ze een beetje te lachen. Dat kon gewoon niet, we moesten in dat kamp.

“We weten trouwens niet of toeristen zich wel lekker zouden voelen in Lhasa. Het ligt 3700 meter hoog en de lucht is heel schraal.” Op hun kamer stond een zuurstofcylinder voor fysiek minder welgestelde lieden.

Traptreden

De oude Potala rijst met zijn honderden ramen en duizenden traptreden statig uit boven de nieuwe gebouwen om hem heen. Efficiënte Chinese constructies, zo te zien, met fris blikkerende daken en rechte wegen. Het ademt vernieuwingslust en arbeidsvreugde.

De veranderingen zijn door de Chinezen alle tot stand gebracht na 1959, het jaar waarin ze het land binnenvielen en het hebben ‘bevrijd’. De Dalai Lama, tot dan religieus en wereldlijk leider van Tibet, vluchtte als monnik vermomd dwars door Tibet naar Sikkim, waar hij na een tocht van weken uitgeput aankwam. Nu woont hij met een groot aantal zijner volgelingen in Dharmsala, in Noord-India. Vandaar uit regeert hij zijn ‘volk in ballingschap’, dat verspreid is over Nepal, India en vele andere landen tot in Zwitserland toe.

Détente

Er wordt in deze tijden van Chinese détente weer gesproken over een mogelijke terugkeer van de Dalai Lama naar Lhasa, waar hij dan weer – onder de door de Chinezen sinds kort weer gegunde godsdienstvrijheid – zijn rol als Boeddhistisch leider met waardigheid zou kunnen vervullen.

Tibet bezit nog steeds een grotere zelfstandigheid dan de meeste andere delen van China. Het heeft een parlement en een gouverneur. Overigens, zeggen beide Nederlanders, was het moeilijk om goed inzicht te krijgen in deze materie. De Chinezen stonden niet te dringen om hen het naadje van de kous te vertellen.

En uiteindelijk waren ze daar ook niet voor gekomen. Het was hun te doen om een ander, een wat ijler ideaal: een Everest expeditie voorbereiden.

Geschiedenis

De berg… De geschiedenis van zijn noordflanken is niet zo rijk en religieus als het Tibetaans verleden, maar ademt veeleer een sfeer van strikt-mannelijke romantiek. Na de eerste wereldoorlog kwamen de Britse Royal Geographical Society en The Alpine Club in Londen met het gezamenlijk initiatief om de Everest te gaan beklimmen. Men had het eigenlijk al veel eerder willen doen, maar Nepal en Tibet waren voor buitenlanders – zelfs voor Britten – volstrekt ontoegankelijk.

Pas in 1919 wist de Engelse resident in Sikkim, Sir Charles Bell, die een persoonlijke vriend van de Dalai Lama was, een vergunning los te peuteren. Daarin stond onder meer vermeld dat “het gezelschap Sahibs, dat kwam om de berg Chomolungma te zien, een warme vriendschap jegens de Tibetanen aan de dag zou moeten leggen.”

Een Everest-comité werd gevormd, onder voorzitterschap van Tibetkenner Sir Francis Younghusband. Colonel Bruce leidde de reconaissance-party van 1921, die te voet vanuit Darjeeling om Nepal heen naar de Everest trok – een tocht die vijfhonderd kilometer lopen vereiste en vele weken in beslag nam.

Eenmaal op de berg zelf aan het klimmen kwam Bruce tot de conclusie dat er méér voor nodig was dan zijn betrekkelijk licht uitgevoerde expeditie. Overigens moet men bij het woord ‘licht’ in dit verband wel beseffen dat het in die dagen bij expedities gebruikelijk was om iedere avond uitgebreid te dineren, keurig en smaakvol gekleed na een dagje beschaafd klimmen.

Lastdieren

Dus vertrok een jaar later een wat beter uitgeruste groep, bestaande uit vele Engelsen, driehonderd lastdieren en een staf van vijfhonderd dragers – een compleet leger om de Everest te verslaan. Deze poging kwam helaas ook tot een vroegtijdig einde, na veel dapper geworstel, vanwege gebrek aan goed functionerende zuurstofapparatuur en een lawine op 6700 meter waar de klimmers maar ternauwernood aan de dood ontsnapten.

Een derde poging volgde in 1924. Dit was de gelegenheid waarbij de in Everest-kringen veel gelauwerde George Mallory, die tijdens alle drie de expedities met schier bovenmenselijke taaiheid voorop had geploeterd, zich voor eeuwig de ijzige nevels inklom.

Op een enkel minder geslaagde poging na bleef het verder stil rond de Everest tot 1953: Nepal had haar grenzen geopend en Edmund Hillary en Sherpa Tenzing beklommen de top via de zuidelijke route.

1960

De eerste maal dat een poging via de veel langere, maar technisch minder moeilijke noordkant van de berg tot resultaat leidde was in 1960, toen een horde Chinezen op één of andere manier drie man op de top wist te krijgen. Deze massale volksbeweging, waarbij honderd vrachtwagens werden ingezet om man en materiaal te vervoeren, is de geschiedenis ingegaan als de ‘1960 workers expedition’. Rode boekjes zijn op de top echter nooit gevonden.

Hoe komen jullie nu op het idee om het ook te gaan proberen? Getuigt dat niet van een zekere overmoed?

De klimmers: “We vatten het plan op na onze toch naar de Nepalese Annapurna in 1977. Toen we dat haalden zeiden we tegen elkaar; en nu de Everest. Maar dan vanuit het noorden, dat is interessanter.”

De KNAV heeft een open inschrijving gestart. “Voor iedereen die mentaal bestand is tegen de verveling van een zes weken durende inzet op eenzelfde inspannend traject. Men moet zijn eigen grenzen kennen, zijn krachten doseren en beslissingen van de leiding weten te aanvaarden”, zo spreekt de Berggids, het verenigingsblad. De leiding van de tocht ligt weer in handen van prof. dr. Xander Verrijn Stuart, hoogleraar in de informatica in Leiden. Hij voerde ook de Annapurna-expeditie aan.

Kampen

Op de berg zelf worden zeven kampen gepland; pas na kamp drie wordt het echt moeilijk. Gebruik van zuurstof wordt zo mogelijk uitgesteld tot boven de 8500 meter. De hele expeditie zal licht, dus ‘modern’ van opzet zijn.

Veertien Nederlandse klimmers totaal zullen worden bijgestaan door vier Chinese ‘assistant high altitude climbers’. Geen kolonne dragers om de berg te bereiken, zoals in Nepal. Hier gaat alles over de weg ‘veel minder romantisch’ op Chinese legertrucks.

Eelco Dijk en Matthieu van Rijswick zijn ten zeerste gesticht door de efficiënte handelwijze van de Chinese Mountaineering Association en de hartelijke ontvangst die hun ten deel viel, met als merkwaardig hoogtepunt een banket in restaurant ‘The Peking Duck’, geheel uit eend bestond: van een verrukkelijk snaveltjes-soepje tot en met gespleten schedeltjes met eendenhersentjes.

Dit alles neemt niet weg dat het hele Everest avontuur aan een zijden draad heeft gehangen toen andere begerige klimnaties lucht kregen van de toezegging van de Nederlanders. Uitsluitend dankzij het koelbloedige ingrijpen van onze toenmalige ambassadeur in Peking, dr. J. Dolleman, kwam de vergunning rond.

Politiek

Het mag al met al een klein wonder heten dat wij Nederlanders omhoog mogen, zelfs vóór rasklimmers als de Britten, die bovendien op een imposante Everest-traditie kunnen bogen. Machtige buurman Japan klautert dit jaar als eerste niet-Chinese expeditie de berg op, Amerika staat ook hoog op de lijst dankzij de persoonlijke bemoeienissen van Walter Mondale en Frankrijk heeft van zijn vurige interesse blijk gegeven tijdens een bezoek van Hua aan Parijs.

Al blijft de Everest een sportief hoogstandje waarvoor vele landen in de rij staan, het is moeilijk de indruk te vermijden dat het beklimmen van de bergreus ook een flinke hoeveelheid diplomatieke vaardigheden vereist.